Na alle voorbereiding (zie vorig blog) begint het daadwerkelijke quilten. Daarvoor heb je een aantal zaken nodig, zoals: een quiltring van ongeveer 40 cm doorsnee, een quiltvingerhoed (ijzer, plastic, leer, er is van alles op de markt), een naalddoortrekker en natuurlijk quiltnaaldjes, ook wel betweens genoemd. Een naalddoortrekker is overigens niet hetzelfde als een draaddoorsteker, waarmee je de draad in het kleine oogje van de naald kunt krijgen. Met een naalddoortrekker kun je de naald door de stof naar je toe trekken, wanneer dat met je vingers niet meer lukt.

Naalddoortrekker

Als je werkstuk niet zo groot is, kun je aan de zijranden extra repen stof naaien, die je na afloop weer verwijdert. Hierdoor past je werk beter in de quiltring, je kunt er dan meer mee schuiven (zodat het deel waaraan je bezig bent, goed in het midden van de ring zit). Een quiltring bestaat uit twee ringen, een hele ring en één met een opening en waar een stelschroef aan zit. Je legt de hele (dichte) ring op tafel, dan leg je je sandwich eroverheen (dat is je 3-laags quilt dus). Over de quilt schuif je de ring met de stelschroef. Maak de ring met de stelschroef eerst zo wijd, dat hij makkelijk over de onderste ring en de stof heen past. Voordat je de schroef dichtdraait, maak je eerst van je quilt in de ring een ‘nestje’, door de stof op de tafel te drukken met je hand. Zeg maar een hangmat waar de kat graag in zou willen liggen. Je spant de stof dus niet strak, zoals je in een borduurring doet voor kruissteek of stitcherie.

Diverse benodigdheden, op deze foto zie je 3 verschillende vingerhoeden,
de blauwe stift, naalddoortrekker en quiltgaren 

Je neemt een draad quiltgaren (er zijn veel merken, ik gebruik Sulky 30 wt) en je maakt er een knoopje in. Niet meer dan twee, drie omslagen gebruiken om de knoop te maken, hij moet niet al te groot worden. Je steekt vanaf de bovenkant in iets naast de plek waar je wilt beginnen, je neemt een beetje tussenvulling mee en komt met de naald boven op de plek waar je wilt beginnen. Je steekt deze eerste keer dus niet door alledrie de lagen heen, alleen door de bovenlaag en de tussenvulling. Je trekt de draad aan tot de knoop de bovenstof raakt en met een klein rukje trek je hem door de bovenstof heen. De knoop zit nu aan de binnenkant in je quilt.

Als er achter je knoop nog een stukje draad zat, dan steekt dat nog uit op de plek waar je (van bovenaf) heb ingestoken. Dit kun je makkelijk wegwerken, als volgt: je steekt je naald bij dat uitstekende eindje draad in hetzelfde gaatje in de stof, draait een klein rondje met je naald (terwijl je hem schuin houdt) en het draad-uiteinde wip je op die manier onder de stof. Krab er even met je nagel over, om het gaatje weg te werken.

Quiltnaalden zijn erg klein. Hoe hoger het cijfer, hoe kleiner de naald is.
Hier heb ik een gewone naald naast quiltnaalden nummer 12 gelegd,
om te laten zien hoe klein de naalden zijn.

Je hebt bij het quilten een quiltvingerhoed nodig. Deze doe je om de middelvinger van je ‘schrijfhand’ (lullig uitgedrukt, maar ja, de één is linkshandig en de anders rechtshandig). Ook de naalddoortrekker hou je in de buurt, je kunt deze zelfs standaard om je middelvinger doen. Eén hand is boven de stof (die noem ik voor het gemak je quilthand of schrijfhand), de andere is onder de stof. Nu steek je de naald door de stof naar beneden, richting je ‘andere’ hand. Je duwt met de duim van je quilthand een heuveltje in de stof en daarin kom je weer naar boven. Opnieuw steek je door de stof naar beneden en opnieuw maak je met je duim een heuveltje, waardoor je de naald weer naar boven kunt steken. Dit heet schommelen of rocken, genoemd naar de beweging die je met de naald maakt. Dit doe je meerdere keren, zodat er meerdere steken op je naald staan, alvorens je hem doortrekt (al dan niet met de naalddoortrekker). Het is bijna niet uit te leggen op papier (of in een blog), je moet dit echt ‘live’ zien…. (of even op Youtube kijken, daar staan ‘handquilting tutorials’ genoeg)

Bij gebrek aan een ‘eigen foto’
deze van internet ‘geleende’ foto….

Dit is wat ik in de eerste geleerd heb, nu wordt het oefenen, oefenen en nog eens oefenen. We hebben dan ook huiswerk meegekregen….. ‘Eigen’ foto’s van handquilten (de steken en de vorderingen) heb ik nog niet, aangezien ik er nog niets van terecht breng 😉 Het zal nog wel even duren voor ik ‘eigen werk’ kan laten zien.

Tip: kleine bloedvlekjes op je quilt (of op kleding e.d.) schijn je goed te kunnen verwijderen met je eigen spuug/speeksel. Neem wat rijggaren, maak daar een bolletje van en maak dat goed nat in je mond. Dep daarmee het bloed van je werkstuk (nooit wrijven). Voor alle bloedvlekken geldt overigens, nóóit behandelen met heet water, dat kan de vlek fixeren. dus altijd koud of lauw water gebruiken. Dé oplossing bloed in textiel (ook voor opgedroogd bloed) is overigens: weken in koud water met keukenzout (of soda). Daarna wassen in de machine. Maar omdat dit niet handig is voor een quiltstuk, kun je de truuk met het speeksel proberen.

Tip 2: om je lap zo kreukvrij mogelijk te vervoeren kun je hem het beste om een (kartonnen) koker rollen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een koker waar posters in bewaard of verstuurd worden, misschien heeft de plaatselijke videotheek iets voor je liggen. Of vraag in een stoffenwinkel of ze een koker voor je hebben (sommige rollen stof zitten om een lange koker gerold). En anders kun je in een kantoorboekhandel of online een verzendkoker kopen, die zijn ner in veschillende lengtes en diktes.

Ik ben naar een cursus handquilten geweest, maar dit verslagje is niet bedoeld als een online cursus. Het is mede voor mezelf bedoeld als aantekening, zodat ik (later) terug kan zoeken wat ik gehoord, gezien en geleerd heb. Als je wilt leren handquilten, kun je het beste een cursus bij jou in de buurt zoeken.

Advertenties